Het bestuurskartel. Zo typeert Martin Sommer in de Volkskrant  het Nederlandse openbaar bestuur dat graag mag polderen. De bestuurders noemen het zelf graag “breed draagvlak” creëren of “consensus” bewerkstelligen. Het is de kunst om de risico’s van inspraak voor dit draagvlak procedureel te beperken. Beproefde methoden om bezwaren en tegengeluiden van direct betrokkenen te adresseren: negeren of ze bestempelen als achterhaald, conservatief of extreem. Procesbewakers zorgen ervoor dat de voortgang niet stokt.
Sommer noemt als concrete voorbeelden de onderwijsvernieuwing -die in 2008 tegen het licht is gehouden- en het Energie-akkoord waarin 47 organisaties nieuwe klimaatdoelen stellen.
Dat de zorgen bepaald niet uit de lucht zijn gegrepen blijkt wel uit de parlementaire enquête uit 2004 naar de infrastructurele projecten, o.a. de Betuwelijn. Wat een bestuurskartel vermag blijkt uit de volgende typering: “Het project is daarmee een schoolvoorbeeld van «bestuurlijke realisatiemacht tegen de klippen op»”.
Het voorstel om de gesignaleerde problemen te lijf te gaan met referenda heeft veel weg het uitdrijven van de duivel met Beëlzebub.

4 februari 2017. Een interview in het FD met Harry Paul die voor Wiebes de Belastingdienst weer in het gareel moet brengen: in jargon “de ophanging van de Belastingdienst onder het ministerie van Financiën versneld aan te passen”. Meer over het functioneren van overheidsdiensten en het vergrootglas waar ze onder liggen in het FD.

Een overzicht van kwaliteitsimpulsen.

  • De belastingdienst blijkt haar reorganisaties niet in de hand te hebben. ” De commissie komt op basis van de beschreven feiten en omstandigheden in de vorige hoofdstukken tot de conclusie dat er een gebrek is geweest aan regie en tegenspraak bij het ontwikkelen van de Investeringsagenda en de vertrekregeling. Daardoor zijn risico’s ontstaan voor de continuïteit van de uitvoering van de belastingwetten. Verbetering van de checks and balances binnen de Belastingdienst en in relatie met het departement is dringend noodzakelijk. De gang van zaken rond de vertrekregeling is geen incident maar vormt een illustratie van een breder probleem.”
    “„Het was niet gemakkelijk”, zei commissielid Tjibbe Joustra vrijdag tijdens de presentatie van hun rapport, „om alle nodige documenten te achterhalen.” is te lezen in de NRC.
  • 16 december 2016
    Van de taskforce naar de ambassadeur: de oliemannetjes of aanjagers die door de overheid worden benoemd om een speciaal probleem aan te pakken. Zie NRC over de ongeveer 80 ambassadeurs voor de meest uiteenlopende thema’s.
“Ondanks de beschikbaarheid van informatie over brede welvaart kan de impact van die informatie in het publieke en politieke debat niet tippen aan die van het bbp. De commissie concludeert dat de beschikbare informatie over brede welvaart tot dit moment nog niet optimaal wordt gebruikt. Volgens de commissie wordt dit veroorzaakt door de veelheid en diversiteit van initiatieven en indicatoren, het gebrek aan internationale harmonisatie, een tekort aan actuele gegevens en de wijze waarop informatie wordt gepubliceerd en gepresenteerd. De publicatiemethoden, presentatie en verschijningsfre- quentie van de vele initiatieven en publicaties over brede welvaart lopen zeer uiteen. Er zijn geen publicaties over brede welvaart gekoppeld aan vaste momenten in het parlementaire proces.” Hier het hele rapport.
“De commissie van onderzoek heeft in opdracht van de Tweede Kamer uitvoerig onderzoek gedaan naar mogelijk lekken van informatie uit de CIVD. Daarvan is door de CIVD in maart 2014 aangifte gedaan omdat op en na 18 februari 2014 informatie in de media is verschenen waarvan duidelijk is dat die onder de geheimhoudingsplicht valt.”
“In deze casus is gebleken dat de wettelijke procedure voor vervolging van politieke ambtsdragers ‘in de praktijk onbegaanbaar’ is; een ‘mission impossible’. Deze kwalificaties staan ook letterlijk in een notitie die geagendeerd was in de CIVD en in het rapport ‘Publiek Geheim’ dat in 2010 in opdracht van de Tweede Kamer is opgesteld bij een ander lekincident. De niet uitgevoerde aanbeveling uit dit rapport, te weten “Streven naar een modernisering van de wetgeving op grond waarvan ministers, staatssecretarissen en Kamerleden voor ambtsdelicten kunnen worden vervolgd”, heeft aan actualiteitswaarde niets verloren. De commissie betreurt het dat het niet mogelijk is gebleken om de waarheid achter de schending van de geheimhouding van de CIVD te achterhalen.”
  • 2015: Commissie Oosting over de Teeven-deal
    “De uitzending van Nieuwsuur in 2015 heeft opnieuw – en heviger dan in 2014 – de nodige verwarring gesticht. Uiteindelijk is toen besloten tot een ultieme zoektocht in de al lang daarvoor afgesloten digitale bestanden. Met als resultaat de vondst van ‘het bonnetje’, die de val inluidde van de beide bewindslieden [Opstelten en Teeven]. Niet valt in te zien waarom die zoektocht niet al veel eerder is ingezet, dit daargelaten het feit dat het betaalbewijs al die tijd nog gewoon in Amsterdam in een dossier lag. Ook hier toont zich een te lang uitblijven van het besefdat het onderwerp politiek inmiddels een steeds heter hangijzer was geworden.”
    Naschrift 25 januari 2016:
    Nieuwsuur heeft emailverkeer in bezit waaruit blijkt dat de zoektocht in 2014 naar “het bonnetje” in opdracht van hogerhand is stopgezet. De ict-ers hadden het bestand al gelocaliseerd. Oosting mag aan de slag om uit te zoeken of er toch sprake is van een doofpot.
    Naschrift 25 mei 2016: Commissie Oosting is klaar met het rapport; meer dan 300 pagina’s. Resultaat: geen doofpot, maar, nog erger, een gebrek aan regie. “Met de conclusie dat de Onderzoekscommissie geen aanwijzingen ziet voor een doofpotsituatie, is over de interpretatie van de gang van zaken tot en met juni 2014 bepaald niet alles gezegd. Het beeld dat ook uit dit nadere onderzoek van het digitale reconstructieproces wél naar voren komt, is namelijk dat van een evident gebrek aan regie in de politiek zeer gevoelige zaak van de ontnemingsschikking. Nog weer anders gezegd: verkokering, een gebrek aan eenheid van optreden en een ontbreken van politieke sensitiviteit.”
    “Het beeld van de cultuur in die periode aan de top van het ministerie van Veiligheid en Justitie zoals dat in het onderzoek naar voren is gekomen, is veeleer dat van ieder voor zich, binnen de grenzen van de eigen taak/functie, en met het ontbreken van voldoende wederzijdse betrokkenheid en tegenspraak.
    In die situatie heeft het bij de behandeling van het dossier van de ontnemingsschikking in 2014 en 2015 (tot 9 maart 2015, de dag van het aftreden van de beide bewindslieden) ontbroken aan duidelijke, eenduidige en krachtige regie, en aan goede coördinatie en communicatie. Ondanks de inzet en ongetwijfeld goede bedoelingen van vele betrokkenen bij de achtereenvolgende zoektochten, komt voor de gebeurtenissen in deze periode het beeld op van gebrek aan daadkracht en eenheid.”
    Naschrift 23 januari 2017: Bas de Haan laat een nieuw licht schijnen op deze zaak, met name de rol van Rutte en Van der Steur. Beiden hebben bewust gekozen voor een misleidende voorstelling van zaken. In VK een uitgebreid artikel over dit dossier en het boek van De Haan.
    Maar zeker zo interessant is het commentaar van Tom-Jan Meeus in NRC. Al eerder wees hij op de verhullende weergave van de inhoud van een e-mail van Van der Steur door de commissie . “Ik heb het toen ook de wijze mannen zelf gevraagd: waarom publiceren jullie die onderliggende mail niet? Het antwoord: dit valt buiten onze opdracht. Ziehier het probleem van de Hollandse wijze mannen: als het erop aankomt, zijn zij even goed in maskeren als in rapporteren.
    Dus misschien kunnen alle verontwaardigde politici, 45 jaar (!) na Tegels Lichten, dit keer verder kijken dan de waan van de dag, en concluderen dat het telkens hun eigen wijze mannen zijn waaraan we dit soort slepende affaires danken.
    De ondertitel van Tegels Lichten luidt: Ware verhalen over de autoriteiten in het land van de voldongen feiten. Laat het een keer tot u doordringen, Tweede Kamer.”
    28 februari 2017: Interview met Bas de Haan in VK, over de leugentjes van Rutte en de oppositie die alles accepteert.
    Is de bonnetjesaffaire nu definitief ten einde?
    ‘Ik weet het niet. Ik heb in de afgelopen drie jaar vaker gezegd dat het klaar was, en steeds bleek dat niet zo te zijn. Er zijn meerdere mensen die, op elk door hen gewenst moment, de stoel onder de kont van de premier vandaan kunnen trekken. En ik heb geen idee of een van die mensen van plan is dat te gaan doen.’
    Welke mensen bedoelt u?
    ‘Ambtenaren. Fred Teeven. Ivo Opstelten. Zij zouden kunnen zeggen: Rutte liegt, want hij wist het wél, al die jaren, hij heeft het met mij besproken. Dat kan geen fijn gevoel zijn, voor Rutte.’
    [….]
    Is de gang van zaken rond de Teeven-deal exemplarisch voor hoe politiek werkt?
    ‘Ik vrees van wel. Ik ben ervan overtuigd dat er alleen maar zoveel onwaarheden verkondigd zijn omdat dat normaal gesproken wérkt. De Teevendeal was een relatief onbelangrijk dossier. Natuurlijk was het een foute deal, en het was nog fouter dat de Belastingdienst buiten die deal was gehouden, maar het was geen dossier waarvan je verwacht dat het een kabinet kan doen wankelen. Dat is het geworden omdat alles samenkwam: het feit dat alle betrokken bewindspersonen VVD’ers waren, het feit dat het zich afspeelde op nou juist dat ministerie dat zorg moet dragen voor het functioneren van de rechtsstaat. Daarnaast zijn er grote fouten gemaakt: een klein leugentje werd een grotere leugen, waaruit weer een nieuwe leugen volgde. Het werd een clusterbom, die in hun gezicht is ontploft.'”
  • “Risico’s en verantwoordelijkheden zijn in dit dossier vaak afgeschoven naar andere partijen of doorgeschoven in de tijd. Dit is gebeurd tussen zowel betrokken partijen als binnen betrokken partijen zelf. Rollen zijn minimaal ingevuld. De commissie vindt het schokkend dat zij deze minimalistische invulling van taken en verantwoordelijkheden ook aantrof bij de toezichthouder voor de veiligheid van het spoorvervoer, de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT).”
  • “Het geheel van ICT-organisaties bij de rijksoverheid is chaotisch en ondoorzichtig. Taken en verantwoordelijkheden zijn versnipperd en onduidelijk. De belangen van de hoofdrolspelers bij ICT-projecten lopen te veel uiteen. De rijksoverheid heeft haar ICT-projecten vaak niet in de hand voor wat betreft de kosten, de tijd of zelfs het eindresultaat.” Het gaat over o.a. Defensie, SVB, Belastingdienst, UWV.
    Naschrift 19 oktober 2016: De NRC meldt dat het bij het UWV is het nog steeds volledig mis is.
    Naschrift 7 juli 2017: De modernisering van het bevolkingsregister is mislukt. “Na vele en jarenlange waarschuwingen van experts werd het einde van het project vorige week definitief ingeluid door het Bureau ICT Toetsing (BIT), een overheidsorgaan dat haalbaarheid van ICT-projecten toetst. Dit werd opgericht na een erg kritisch rapport van een Kameronderzoekscommissie over falende ICT-projecten. Het BIT oordeelde dat de modernisering van het bevolkingsregister op z’n vroegst in 2023 af zou zijn en alles bij elkaar nog minstens 225 miljoen zou kosten. Het BIT vroeg zich af „of het allemaal de moeite waard is”.” weet de NRC te melden. Verder wordt een criticus van het project aangehaald: “In 2011 schreef ICT-ondernemer René Veldwijk een brandbrief over het project, omdat volgens hem feitelijk nauwelijks vooruitgang werd geboekt. Veldwijk was tot dat moment betrokken geweest als adviseur van oBRP. Daarna bleef hij prominent criticus. „Tot twee keer toe is dit project volledig opnieuw opgestart, waarbij de gebouwde software werd weggegooid. Gemeenten zijn met het afblazen van de BRP aan een ramp ontsnapt.” ”
    Naschrift 17 oktober 2017: Het BIT rapport blijkt de nodige vraagtekens op te roepen. De NRC  meldt: “Interessant aan de kritiek op het laatste BIT-advies is dat zij niet alleen uit de hoek van de bekritiseerde bouwers van de nieuwe registratie komt. Ook gemeenten, instellingen die persoonsgegevens ‘afnemen’ en een ontwikkelaar van gemeentesoftware die op de nieuwe registratie moeten aansluiten snapten de conclusies niet.” Nog een kleine reconstructie hier.
    Naschrift 2 juli 2018: FD kopt “Overheid heeft niets geleerd van ICT-mislukkingen“. “Het is een grote fout geweest om het Bureau ICT Toetsing (BIT), dat op advies van Elias werd opgericht als onafhankelijk toezichthouder, onder te brengen bij het ministerie van Binnenlandse Zaken, zegt Veldwijk. ‘De hoogste ICT-ambtenaar, de rijks-chief information officer (cio), moet samenwerken met de cio’s bij de andere ministeries. Tegelijk is hij de baas van een instituut dat kritische rapporten over hen schrijft. Dat gaat niet samen.'”
    Op 5 juli staat deze kritische beschouwing van een René Veldwijk -adviseur bij de commissie Elias- in het FD. De problemen bij de belasting zijn slechts een voorbode. “Primair moet daarbij worden gekeken naar die organisaties die grote geldstromen onder zich hebben, zoals uitkeringsinstantie UWV en de Sociale Verzekeringsbank.
    Bij beide organisaties zijn pogingen om ICT-systemen te vernieuwen spectaculair mislukt, respectievelijk in 2008 en 2014. Het UWV heeft recent honderden miljoenen extra gekregen om haar werk- en uitkeringssystemen te vernieuwen. De SVB doet vooralsnog alsof haar oude systemen toekomstbestendig zijn, precies zoals het UWV na 2008. Of het UWV straks haar ICT op orde heeft staat te bezien. Zo is het ook raden naar de impact op de SVB-systemen van wijzigingen in de systematiek van de AOW of de kinderbijslag.”
  • “Er is sprake van wanbestuur, bestuurscrises of ernstig financieel mismanagement, soms ook in combinatie. In opvallend veel gevallen is er ook sprake van zelfverrijking, of op zijn minst ontbreekt een «moreel kompas» bij topbeloningen. Het feitenrelaas van de onderzochte casussen heeft de commissie verbaasd, geschokt en verontrust.”
  • “Vestia, Philadelphia, de IJsselmeer Ziekenhuizen, Amarantis, InHolland, Orbis, Rochdale, Meavita, de kleine woningbouwcorporatie WSG uit Geertruidenberg, … de lijst van semipublieke organisaties die de laatste jaren in de problemen zijn gekomen is lang. Er werden onverantwoordelijk hoge leningen aangegaan, derivatenportefeuilles samengesteld, er werden commerciële projecten gestart, landbouwgronden aangekocht, kastelen verworven, campings begonnen, jachthavens aangelegd, Maserati’s gereden.”
    Naschrit 8 november 2015:
    Over Loek Hermans, voorzitter van bestuur Meavita: “Zijn politieke kwaliteiten — om te vergoelijken, te verzwijgen en te verbinden — braken hem uiteindelijk op bij Meavita, zoals dat eerder al gebeurde met hem als toezichthouder op zijn partijgenoot Nurten Albayrak bij het Centraal Orgaan Asielzoekers. Hermans was een bestuurder in de semipublieke sector van de oude stempel, een politieke netwerker en fixer die gewend is in de cultuur van het korte geheugen te gedijen, ongehinderd door checks, balances, integriteitschecks en compliance.”
    Ulko Jonker, Financieel Dagblad, 7 november 2015
    Naschrift 2 december 2015:
    Rapport Ontspoorde Ambitie over het ROC Leiden laat zien dat er nog weinig veranderd is, ook bij het optreden van de Onderwijsinspectie en het ministerie van OCW. Bussemaker: “De verbeteringen naar aanleiding van Amarantis waren toen nog in ontwikkeling. Maar ik erken: het had strakker en scherper gekund”.
    Naschrift 27 januari 2017:
    Voormalige bestuurders en commissarissen van Meavita sluiten overeenkomst met curatoren, aldus een bericht in de Volkskrant. “De voormalige top stort ruim 1,8 miljoen in de boedel van Meavita en is daarmee verlost van verdere juridische procedures van de kant van de curatoren.”
    Naschrift 26 september 2018:
    In de Volkskrant vraagt Martin Slagter zich af of er in het beroepsonderwijs iets is veranderd.
  • ”De vraagfactoren veroorzaakten hoofdzakelijk de prijsstijging. Het ging daarbij om algemeen economische factoren die in meer of mindere mate ook in andere landen een rol speelden: sterke inkomenstoename, positieve inkomensverwachtingen, stijgende werkgelegenheid, demografische factoren (zoals startende dertigers) en het meest belangrijk: de (wereldwijd) sterk dalende rente op de kapitaalmarkt.
    In Nederland werd de stijgende vraag extra gefaciliteerd door verruiming van de kredietmogelijkheden en financiële innovaties door hypotheekverstrekkers. Hypotheekproducten werden geoptimaliseerd, zodat maximaal gebruik gemaakt kon worden van ontwikkelingen op de kapitaalmarkt en van fiscale voordelen gericht op het bevorderen van het eigenwoningbezit, zoals de hypotheekrenteaftrek. De «loan to value»-ratio en «loan to income»-ratio, respectievelijk de verhouding tussen de hypotheek en de waarde die het huis bij de kooptransactie vertegenwoordigt en de verhouding tussen hypotheek en inkomen, werden opgerekt, het tweede inkomen voor de maximale hypotheek werd meegeteld en nieuwe producten zoals de beleggingshypotheek en de aflossingsvrije hypotheek vonden ruim aftrek.”
  • ”Toch is er in de periode van 2 juli tot aan de val van Lehman Brothers weinig te merken van urgentie of ernstige zorgen bij het ministerie, laat staan concrete actie zoals het uitwerken van mogelijke scenario’s en noodplannen, of het inventariseren en evalueren van het wettelijke instrumentarium. De commissie acht het ook onbegrijpelijk dat het ministerie sinds juli niet meer actie heeft ondernomen in de richting van de Belgische autoriteiten.”
  • “De commissie concludeert dat de rijksoverheid wel vereenvoudiging en een kleinere rijksdienst nastreefde, maar dat in plaats daarvan de bestuurlijke complexiteit is toegenomen. Er was geen samenhang in beleid, geen gemeenschappelijke «road map» en uiteindelijk zaten ook departementale verschillen in aanpak de doelstelling in de weg. Er waren geen breed gehanteerde beslis- of toetsingskaders die voor samenhang in het beleid hadden kunnen zorgen.”
    “De termen «privatisering» en «verzelfstandiging» horen samen met «marktwerking», «liberalisering» en «deregulering» tot een familie van begrippen die een samenhang hebben gekregen in het Nederlandse overheidsbeleid. Sinds een aantal decennia zijn ze synoniem aan een ingrijpende transformatie van het openbaar bestuur. De inzet hiervan is kort gezegd: meer markt, meer efficiency, minder overheid, minder regels.”
  • “Samengevat: er is sprake van een zorgwekkende trend.”

    Toevoeging 2016: Is er iets geleerd van deze doorlichting van de onderwijshervormingen? Dekker (VVD) wil met Ons Onderwijs 2032 het hele onderwijs weer eens opnieuw inrichten. Er is al een site ter promotie in de lucht.
    Twee tweets van Jaap Dronkers over :
    “Kritisch stuk over @onderwijs2032 zinloos, want wordt terzijde gelegd.”
    “Onderwijs(beleid) is kartel waarin alleen bepaalde personen welkom zijn. Hoor daar niet bij.”
    Tot slot Martin Sommer, naar aanleiding van overlijden Jaap Dronkers: Over onderwijsontwikkeling sinds jaren zestig, toen lagere middenklasse het hoger onderwijs bestormde. “Maar de opmars van zachtere onderwijsvormen en de afkeer van toetsen en meetbare prestaties was onstuitbaar. Montessori-achtig reformonderwijs domineert steeds meer – volgens Dronkers in het voordeel van kinderen met zogeheten ‘cultureel kapitaal’. Onderwijs als zelfontplooiing is voor kinderen uit de betere milieus geen probleem. Zij beschikken over de discipline, de kennis en vaardigheden die wel degelijk worden gevraagd. Kinderen uit zwakke milieus en allochtone kinderen zijn de klos.”
    Tot slot: “Je kunt het [het artikel dat nog moet verschijnen] lezen als zijn antwoord op Ons Onderwijs 2032, ook al wordt daaraan geen woord vuil gemaakt. Dronkers verwijt de politiek het denken over onderwijs uit handen te hebben gegeven aan deelbelangen zoals de onderwijswerkgevers. Denk aan Paul Rosenmöller van de VO-raad, die het ene na het andere flexibiliseringsplan lanceert; allemaal namens de schoolbesturen en allemaal met de verzekering dat hier louter en alleen het publieke belang wordt gediend.

  • ”Kenmerkend voor het project Betuweroute is dat het project uiteindelijk doorgang heeft gevonden ondanks sterke, voortdurend terugkerende twijfel bij allerlei partijen in de samenleving en binnen het openbaar bestuur aan nut en noodzaak van deze goederenspoorverbinding. Het project is daarmee een schoolvoorbeeld van «bestuurlijke realisatiemacht tegen de klippen op». Velen bestreden de economische en milieutechnische onderbouwing van de lijn, in de uitwerkings- en uitvoeringsfase stapelden de complicaties zich op en namen spanningen toe, maar de verantwoordelijke beleidsvoerders zijn gedurende het gehele proces niet wezenlijk afgeweken van hun voorkeursoplossing.”
    “Zo kon rond de Betuweroute een ware en tamelijk ontluisterende «rapportenoorlog» ontstaan: over nut en noodzaak, over milieueffecten, over bedrijfseconomisch rendement. Het leek erop of iedereen zijn eigen bureau en zijn eigen rapport mobiliseerde, zo lang het maar zei wat men horen wilde. Als dat niet het geval was, werd er (subtiele) druk uitgeoefend om de inhoud bij te veilen. Als dat niet lukte, kon het rapport altijd nog in een la belanden. En als dat niet mocht, kon men het natuurlijk heftig bestrijden ± bijvoorbeeld met weer een ander «tegenrapport».”
  • 2004: Commissie Meijer over huisvesting UWV
    “Wel valt op te merken dat de kosten hoog zijn uitgevallen voor de gerealiseerde kwaliteit. De functionaliteit (de noodzaak voor de bedrijfsuitoefening) van bepaalde investeringen kan dan ook sterk betwijfeld worden. Te denken valt aan het vergroten van de vide op de begane grond, de uitvoering van de trap van de elfde naar de twaalfde verdieping en het slopen en herinrichten van de sanitaire ruimten, maar ook de investering in de audiovisuele middelen in de vergaderruimten (met name de “boardroom”).”
    Naschrift: Interview met Tjibbe Joustra die “thuis zit na de affaire over het te dure hoofdkantoor”, over zijn hoofdrol in deze affaire.
    Naschrift oktober 2017: Ulko Jonker over Joustra, inmiddels voorzitter van de Onderzoeksraad voor Veiligheid. “En wat voor één. Joustra, lange tijd vooral bekend van een uit de hand gelopen verbouwing bij uitkeringsfabriek UWV, wees deze week in een interview met NRC de bezuinigingen niet aan als de oorzaak van de problemen, maar de cultuur op het ministerie. ‘Het heeft meer te maken met besluitvorming, met de omgang bij defensie met kritische geluiden en met de mentaliteit en cultuur binnen de krijgsmacht’.
    Die analyse klinkt bekend. Joustra was van 1987 tot 2002 secretaris-generaal van het ministerie van Landbouw en Visserij, ‘het Kremlin’, zoals het in die tijd werd genoemd. Hij regeerde er met ijzeren vuist volgens het adagium dat het niet zoveel uitmaakt wie er minister onder hem was. Als blijkt dat de visserijinspectie van het ministerie jarenlang een oogje dichtknijpt bij overbevissing, moet minister Gerrit Braks het veld ruimen.Maar onderzoek naar de crisis, uitgevoerd door Neelie Kroes, wijst Joustra aan als de operationeel verantwoordelijke. Er lag te veel macht bij hem, hij leidde autocratisch en was intimiderend. Joustra overleefde daarna niet alleen nog vier opvolgers van Braks, maar ook de ene na de andere crisis waarin inspecties en ministerie niet vrijuit gingen: varkenspest, gekkekoeienziekte, gifkippen en mond- en klauwzeer. Het maakt hem een expert in crisisbeheersing, maar vooral een survivalspecialist.
  • “Verbaasd, en het meest pijnlijk getroffen, was de enquêtecommissie door de laconieke en vergoelijkende reacties van de hoofdrolspelers. Velen wisten er wel in min of meerdere mate van, maar wilden het liever niet «echt» weten. Dat geldt voor de leiding van bouwbedrijven en die van sector- en brancheorganisaties, maar ook bepaalde accountants, aanbestedende diensten en toezichthouders. Allen keken ernaar, deden er weinig tot niets aan en gingen liever over tot de orde van de dag. En als dat maar lang genoeg de praktijk is, lijkt het nauwelijks meer door te dringen dat er echt iets fundamenteel mis is. Iedereen droeg vanuit zijn positie verantwoordelijkheid, maar nam die onvoldoende. Dit geldt ook voor bewindslieden.”
  • 2003-2001: Algemene Rekenkamer
    Aanleg Betuweroute: projectbeheersing en financiering. “Volgens de Algemene Rekenkamer waren de twee interne rapporten over de mogelijkheden van private financiering gebaseerd op kwalitatief onvoldoende beleidsinformatie. Hierdoor heeft de minister de Tweede Kamer ten onrechte een optimistisch beeld van de haalbaarheid en de hoogte van de private medefinanciering gegeven.” In 2002 verscheen Informatievoorziening grote projecten.”De organisatie van de informatievoorziening rondom grote projecten vertoont rijksbreed bezien grote gebreken. Voor bijna de helft van de aspecten waarover de Tweede Kamer geïnformeerd wenst te worden zijn onvoldoende voorzieningen getroffen. Ministeries blijken derhalve onvoldoende toegerust om tegemoet te komen aan de specifieke informatievraag van de Tweede Kamer. Hierdoor bestaat het risico dat de Tweede Kamer informatie niet krijgt of informatie van onvoldoende kwaliteit krijgt.”