Pacifistische pseudo-poetinverstehers

De openingszin van de opiniebijdrage van Engelen en Smits (NRC, 6 maart 2024) is helder: er sprake is van een ‘brute Russische invasie van Oekraïne’. Je verwacht dan een pacifistisch pleidooi voor het direct stoppen van de gevechtshandelingen en het onmiddellijk terugtrekken van de Russische troepen. Maar het pacifisme van de auteurs heeft een opmerkelijke voorkeur en de rest van het artikel maakt de Russische handelswijze vooral ‘begrijpelijk’.1 Omdat volgens de auteurs de strijd in een ‘patstelling‘ is verzand moet er over vrede worden onderhandeld. Maar geen woord over de bestanddelen of randvoorwaarden van die vrede. Met hun pacifistische bril op kleurt de geschiedenis ook een beetje roze: met dictators valt best wel te onderhandelen2.

Hoe stellen de auteurs zich het begin van het einde van de oorlog voor? Nogal naïef komen zij niet verder dan krachtige, internationale diplomatieke druk die Rusland naar vredesonderhandelingen moet bewegen. Makkelijk opgeschreven. Maar hoe denken zij dat in praktijk te brengen, in een wereld vol belangentegenstellingen. En waarom bleef internationale druk achterwege toen Rusland de soevereine staat Oekraïne binnenviel? Notabene een staat die Rusland verplicht was te beschermen in ruil voor de opgave van zijn kernwapens uit de Sovjettijd3.

Licht paranoïde is de veronderstelling dat kritiekloze media met de politiek een consensus smeden waarin het pacifistische geluid ontbreekt. Horen onze auteurs dat geluid in Rusland wel? Welnee, daar is kritiek op de ‘speciale militaire operatie’ te gevaarlijk. Hier mag je de militaire reactie daarop gewoon in twijfel trekken, openlijk pacifistisch zijn en je opvattingen publiceren in de krant. Je mag zelfs suggereren dat het Westerse ‘militair-industriële’ complex de aanjager is van deze oorlog en dat het bij het Westen ontbreekt aan ‘strategische empathie’ voor Rusland. De auteurs sluiten in elk geval zelf de ogen voor de geschiedenis en de imperiale weg die Rusland onder Poetin is ingeslagen als zij de vrijwillige toetreding van voormalige Oostbloklanden en Sovjetrepublieken tot de Europese Unie en de NATO bestempelen als het verleggen van de Westerse invloedssfeer richting Rusland4. De auteurs willen niet worden weggezet als Poetinversteher, maar hun standpunten zullen het Kremlin als muziek in de oren klinken.

Bij gebrek aan inhoudelijke overtuigingskracht schakelen de auteurs over op een formele argumentatie. Dit verketteren van dissidente opinies leidt tot een gevaarlijke versmalling van het publieke, democratische debat. Eerst ontbrak het pacifistische geluid in de kritiekloze consensus, nu is er ook sprake van actief verketteren. En daar blijft het niet bij. De heelmeesters van het debat diagnosticeren tunnelvisie en groepsdenken, veroorzaakt door de vermeende vernauwing. Want, zo menen zij, meerdere wereldbeelden en pluriforme kennis en inzichten kunnen niet worden ingebracht. Missen de auteurs in dit debat het wereldbeeld van Jehovah’s Getuigen ook zo? Of de kennis en inzichten van Alexander Doegin?

Veel goede argumenten zijn we nog niet tegengekomen. Daar ligt het probleem van het pacifistische geluid. Die schieten in onze menselijke, altemenselijke wereld hopeloos tekort. Ze doen geen recht aan het feit dat menselijk gedrag door complexe en tegenstrijdige motieven wordt bepaald. Daar is zelfs Frédérique Mol, na veel zelfonderzoek, ook achtergekomen; zelfs hun invoelbare relaas voor pacifisme en demilitarisering kon me niet volledig overtuigen.

Kan het debat serieus worden?

Floor Rusman (NRC, 8 maart 2024) neemt de hypothese van Engelen en Smits over dat consensus het ‘debat’ verstikt. Zij mist bij de voorstanders gebrek aan nuancering. En dat vindt zij niet ongevaarlijk want ingrijpende politiek die niet wordt bevraagd leidt vroeger of later tot weerstand.

Maar is dat werkelijk zo? Volgens haar is er consensus dat Oekraïne MOET winnen. Dat zou ik willen nuanceren; het is “Oekraïne mag niet verliezen”. Een klein verschil met grote gevolgen. Er is dus een helder doel. Haar andere punt, dat militaire steun zo moeilijk van de grond kwam, is het het gevolg van Europa’s geopolitieke afzijdigheid. Alle kaarten waren gezet op soft power en Wandel durch Handel; de VS deed de rest. Daarom was het verwerven van ‘draagvlak’ voor militaire steun voor Europa iets geheel nieuws. Tel daarbij de angst -zeker bij onze oosterburen- betrokken te raken bij een militair conflict waarin ook Rusland is betrokken en het mag een wonder heten dat het uiteindelijk nog is gelukt.5

Anders dan Rusman beweert is het doel wel duidelijk: Oekraïne mag niet(s) verliezen en ook de redenen van tekortschietende militaire steun zijn opgehelderd. Nu de argumenten vóór militaire steun.

Steun wordt gerechtvaardigd -dat staat volgens Rusman buiten kijf- door het feit dat Rusland onrechtmatig een land is binnengevallen waarvan het ook nog eens de cultuur wil uitwissen. Debat gesloten zou je denken. Maar Rusman hoort ook nog andere argumenten en die wil ze wegen. Bijvoorbeeld dat Poetin bij winst een greep zal doen naar de Baltische staten. Geen sterk argument volgens Rusman want we weten het niet zeker. Of het argument dat de liberale democratie op het spel staat? Nee, dat is te zwart wit, alhoewel Rusman op de hoogte is van de hybride oorlog die Rusland voert met het Westen.

Dan gooit ze het over een andere boeg: niet de argumenten, maar de stelligheid waarmee ze naar voren worden gebracht ergeren Rusman. Liever geen tromgeroffel; zij geeft de voorkeur aan een kabbelende conversatietoon. Want communiceren over onzekerheden is een van de moeilijkste dingen die politici, journalisten en wetenschappers moeten doen. Denkt Rusman werkelijk dat stellingnames met veel nuanceringen zouden hebben voorkomen dat tegenstanders van militaire steun standpunten aandragen die een Poetinversteher niet misstaan? En wordt het debat serieus als de onenigheid onder deskundigen over de omvang van het ‘nucleaire taboe’ bij Poetin ter sprake komt? Moeten we ons niet eerder afvragen waarom Rusland, of moeten we zeggen het ‘militair-criminele’ complex, geregeld dreigt met inzet van nucleaire wapens? Cynisch machtsspel om alle neuzen in het Europese debat in de richting ‘de-escalatie’ te krijgen? Dan denk ik, Rusman er is iets dat nog moeilijker is dan communiceren over onzekerheden: wilskracht tonen tegenover een nietsontziend dictatoriaal regime6 dat heel precies weet hoe het zijn tegenstanders moet bespelen en tegen elkaar kan uitspelen.

Weg uit het doolhof

Debatten vervluchtigen in debatten over debatten en meningen gaan meestal over andere meningen. De overvloed aan opiniecolumns verdringt de analyse op basis van feiten en kennis van zaken7. Iedereen wil standpunten ventileren, zich uitspreken, activeren, kritiseren, betrokkenheid tonen en bewustmaken. Sterke gevoelens leveren meestal geen sterke argumenten! En wie luistert er eigenlijk nog? Is er nog wel sprake van debat? Eva Peek (NRC, 9 maart 2024) gooit de handdoek in de ring. Dus nee, het lukt me niet mezelf uit dit doolhof van machteloze, voorspelbare, navelstaarderige meningen te schrijven.


Naschrift

Rusman blikt 6 april terug op haar pleidooi voor een beter debat over Oekraïne. Na lezing van artikel van Tom-Jan Meeus begreep ze dat haar eigen artikel over ‘duidelijkheid’ ging. Er wordt duidelijkheid gesuggereerd door regeringsleiders, maar die wordt niet toegelicht. De oorlog is existentieel voor Europa, zegt Macron. Met de oorlog in Oekraïne staat onze vrijheid op het spel, zegt Ollongren. Maar waarom? En als het zo is, waarom helpen we Oekraïne dan niet daadwerkelijk om te winnen? Er wordt duidelijkheid gesuggereerd, maar de praktijk toont juist twijfel en verdeeldheid.8 Ik heb het antwoord voor deze discrepantie hierboven al gegeven: het verwerven van draagvlak voor vele miljarden militaire steun aan Oekraïne is voor het in vrede dommelende Europa volstrekt nieuw en verloopt inderdaad moeizaam: telkens te laat en daarom ook veel minder effectief. Rusland speelt het spel keihard en dreigt voortdurend het conflict op alle mogelijke manieren te laten escaleren. Ook geopolitiek wordt een harde strijd gevoerd: China hint al op het einde van ‘Westerse dominantie’ (om die zelf in te nemen). In dat licht is het zeker niet ondenkbaar dat Europa wel eens aan het kortste eind trekt als Rusland imperiale politiek succes heeft in OekraÏne.
Rusman erkent het overigens zelf ook: Rusland ondermijnt al vele jaren op vele manieren het politieke bestel in Europa. Een bondige ‘samenvatting’ van een complexe dreiging: met deze oorlog staat onze vrijheid op het spel, is een ander type versimpeling dan waarover Meeus heeft geschreven. Voor alle duidelijkheid!

  1. Dit “pacifisme” heeft zeer duidelijk anti-Westerse trekjes. Zie ook De Haan in Trouw. ↩︎
  2. Sander van Walsum in de Volkskrant over het democratische tekort in de omgang met dictators. ↩︎
  3. Meer over dit thema met Francois Heisbourg ↩︎
  4. Weerlegging in Tempelman, de Volkskrant 3 april 2024 ↩︎
  5. Er zijn ook nog andere redenen ↩︎
  6. Laura Starink in NRC, 5 april 2024 ↩︎
  7. Er zijn uitzonderen o.a. Caroline de Grutyer in NRC ↩︎
  8. Interessant historisch voorbeeld. In maart 1936 bezette Duitsland het Rijnland. De militaire aanwezigheid schond het verdrag van Versailles. Franse regering in crisis, maar de Franse legerleiding wilde de strijd niet aangaan. Engeland zag geen bedreiging van de vrede en de Volkerenbond deed ook niets. Hitler bekende later dat het de spannendste momenten van zijn leven waren, want militair was Duitsland niet tegen een tegenaanval opgewassen. De terughoudende reacties versterkten Hitlers annexatiedrift in de daaropvolgende jaren. ↩︎