Verborgen in het partijprogramma van de PVV uit 2010, De agenda van hoop en optimisme, staat een punt dat op slinkse wijze de nationale herdenking onderdeel maakt van PVV politiek. “Op 4 mei gedenken wij de slachtoffers van het (nationaal) socialisme. Op 5 mei vieren wij onze bevrijding. Dat blijft zo.” De laatste zin suggereert dat de PVV op 4 mei iets anders herdenkt dan sinds 1946 gebruikelijk is1. De variatie “(nationaal) socialisme” komt ongetwijfeld uit de pen van Martin Bosma, de diabolicus spiritus van de PVV.

Het geheugen even opfrissen

Met het nationaalsocialisme, afgekort nazisme, wordt verwezen naar de politieke stroming die vanaf 1919 in Duitsland actief was. Eerst als Deutsche Arbeiterpartei (DAP); in 1920 werd het Nationalsozialistischen Deutschen Arbeiterpartei (NSDAP). Tot de beurscrash op Wallstreet in 1929 zag drie percent van de kiezers iets in deze partij. De Grote Depressie die volgde op de crash was een economische crisis die zijn weerga niet kende. De NSDAP profiteerde direct van de malaise en sprong bij de verkiezingen van 1930 van 2,6% naar 18,3% van de stemmen2. Het economische dieptepunt volgde in 1932 met meer dan 5,5 miljoen werklozen. De verkiezingen die in juli 1932 werden gehouden mondden uit in een grote overwinning van de NSDAP. De partij werd met 37,4% van de stemmen de grootste. Toch werd niet Hitler, maar von Papen benoemd tot rijkskanselier en Hitler bleef in de oppositie; zonder het rijkskanselierschap nam de NSDAP niet deel aan de regering. Een motie van wantrouwen was na enige maanden de opmaat tot nieuwe verkiezingen in november 1932. De NSDAP verloor bijna 2 miljoen stemmen, maar bleef de grootste partij. De NSDAP dreigde momentum te verliezen en er kondigde zich ook nog een economisch herstel aan.3 Na een politiek steekspel4 rond de jaarwisseling bereikte Hitler op 30 januari 1933 toch nog zijn doel. Rijkspresident Paul Hindenburg benoemde hem tot rijkskanselier en de Rijksdag werd opnieuw ontbonden. De verkiezingen van 5 maart 1933 brachten de NSDAP niet de absolute meerderheid -het doel van alle autoritaire partijen in een democratie-, maar met 43,9% van de stemmen was de NSDAP veruit de grootste partij.5 Op 23 maart 1933 werd door de Rijksdag de Machtigingswet aangenomen. Hitlers had zijn doel bereikt: op democratische wijze de democratie afschaffen.

Na deze machtsgreep hield Hitler en het nationaalsocialisme het Derde Rijk van 1933 tot 1945 in een wurggreep en begon hij met de uitbreiding van de Lebensraum6 die miljoenen de dood injoeg.7 Pas met de onvoorwaardelijke capitulatie van Duitsland in mei 1945 kwam een einde aan dit waanzinnige bloedvergieten in Europa.

De herdenking van 4 mei die sinds 1946 wordt gehouden staat stil bij de Nederlandse slachtoffers van het nationaalsocialisme en het oorlogsgeweld dat deze beweging in heel Europa, tot de definitieve nederlaag in mei 1945, heeft veroorzaakt8.

Daar speel je geen woordspelletjes mee.

PVV logica: rechts is links.

Als dat toch gebeurt dan liggen de oorzaken dieper, persoonlijker. Dan heeft zich bij iemand een afkeer ontwikkeld die zijn observaties vertroebelt en het beeld van zijn politieke tegenstrevers extreem vervormd.

Het treft dat Martin Bosma (1964) zijn Werdegang autobiografisch heeft vastgelegd. In 2010 verscheen De schijn-élite van de valse munters waarin hij -afkomstig uit een arbeidersmilieu waarin altijd PvdA werd gestemd- verslag doet van zijn snel groeiende frustratie over migratie en de multiculturele samenleving. Met demonisch genoegen rijgt hij de kralen der schuldigen aan zijn ketting van verontwaardiging: babyboomers, de sixties, rijkeluiskinderen, de protestgeneratie, de “Woodstock-kudde”9, Nieuw Links, cultuurmarxisme, de Frankfurter Schule, politieke correctheid. Wat hebben zij gemeenschappelijk? Volgens Bosma “dat de mens van nature goed is”.10 Gaandeweg merkt Bosma dat de afstand tot het politieke milieu waar zijn politieke wieg stond, erg groot is geworden. Zo groot dat tot zijn diepe verontwaardiging het gedachtegoed van de PVV bij hen -maar niet alleen daar11– associaties oproept met extreem rechts. Dat bestaat volgens Bosma overigens helemaal niet.12 “‘Extreem rechts’ is een bedenksel, een links bedenksel, bedoeld om links bij voorbaat aan een morele superioriteit te helpen.”13 Ook wordt volgens Bosma graag gegrepen naar vergelijkingen met nazi’s, Hitler en de NSB. “Dat brengt ons om te beginnen op de vraag: was Adolf Hitler zelf eigenlijk wel extreem rechts?”14

In een tactisch goed opgezette aanval is dit de voorzet die Bosma geeft. En die schiet hij zelf vervolgens snoeihard in. Hitler was een socialist!15 Driftig wordt er geknipt en geplakt; snippers uit het werk van Jacques de Kadt, Jacques van Doorn en neoconservatief Jonah Goldberg16 belanden in Bosma’s autobio. Het is een jij-bak die Bosma blijkbaar zoveel vreugde oplevert dat hij er maar liefst 27 pagina’s aan wijdt. Maar hij had natuurlijk gewoon Heinrich Himmler kunnen aanhalen die de politiek van de nationaalsocialisten bestempelde als Sozialismus des guten Blutes.17 Want in de Volksgemeinschaft, het doel van de nationaalsocialisten, was geen plaats meer voor Junkers (aristocraten) en kapitalisten (bourgeois). Dit collectief moest wel, in tegenstelling tot de zuinige bolsjewieken, hetzelfde niveau van welvaart en massaconsumptie bereiken dat in de VS toen al gemeengoed was.18 Wat Bosma vergeet te vermelden is hoe de nationaalsocialisten tegen het volk aankeken. De Volksgemeinschaft had namelijk heel scherpe grenzen: So rigoros die NS-Führung im Fall von Juden, so genannten Minderwertigen oder Fremdvölkischen vom Rassenstandpunkt aus entschied, so klassenbewusst verteilte sie innenpolitisch die Lasten zum Vorteil der sozial Schwächeren.19 Dus ja, de nazi’s waren socialisten. Én nationalisten, die bij de bepaling van wat het volk was hun racisme de vrije teugel gaven.
Er is één partij die sinds haar oprichting hamert op nationale trots, bij inwoners van Nederland alleen maar denkt aan het volk en niet aan (staats)burgers. Een volk dat bovendien leeft onder het juk van een linkse elite. Een partij die tsunami’s migranten het liefst zo snel mogelijk buiten de grenzen zet. Is Bosma aan een oog blind als hij niet begrijpt dat deze stellingnames associaties oproepen met …….ja, nazis. Noem het rechts, noem het extreem rechts, noem het een bedenksel, het blijft wat het is.

Maatschappij in beweging

We zijn bijna tachtig jaar verder en de arbeidersklasse is verdwenen. Niet door de overwinning van het socialisme, maar door maatschappelijke veranderingen onder een transformerend kapitalisme. We leven in een materiële overvloed voortgebracht door de complexe, postindustriële samenleving. Daarin is de betekenis van traditie en levensovertuiging sterk afgenomen. De eigentijdse functionaris gaat liever op zoek naar zichzelf en vult de ledige vrije tijd met behulp van een enorme variëteit aan entertainment en hedonistische genoegens. Er wordt ook steeds meer waarde gehecht aan authenticiteit en zelfexpressie. En maatschappelijke winnaars zoeken zingeving in altruïstisch mededogen met verliezers. Echter, al te gemakkelijk wordt over het hoofd gezien dat er ook veel mensen zijn die houden van de zekerheid van traditie of religie, van het vertrouwde en bekende, van eenvoud en overzichtelijkheid; mensen die liever volgen dan leiden, inschikken dan domineren. Er zijn kortom veel mensen met een behoudende, conservatieve inborst.

De klassieke politieke categorieën zijn 200 jaar oud, van kleur verschoten en van betekenis gewisseld. Alle neo-, post- of extreme varianten die zijn opgedoken, kunnen niet verhullen dat ze niet meer tegen hun taak -maatschappelijke bewegingen en belangen vertalen in politieke tegenstellingen- zijn opgewassen. Hun beschrijvende waarde is verdampt en ze worden hoofdzakelijk ingezet om te etiketteren, in te spelen op het gevoel of blijk te geven van afkeer. Alles met een flinke dosis eigentijds cynisme. Opnieuw helpt Martin Bosma, sinds 2024 de voorzitter van de Tweede Kamer, om dit te verduidelijken.

PVV en het verbale trapezewerk

Als vertegenwoordiger van de Staten Generaal nam Bosma in 2024 deel aan de herdenking op 4 mei. Welke slachtoffers zou PVV-er Bosma herdacht hebben? De Kamervoorzitter memoreerde in zijn politiek correcte opstelling in elk geval alleen degenen die in het register van het NIOD zijn vermeld.

Aan zijn geliefde verbale trapezewerk kwam Bosma pas toe op 16 mei 2024. Hij onderbrak toen het kamerdebat omdat Laurens Dassen (Volt) de PVV extreem rechts had genoemd. Dat vond Bosma een “vergelijking met het nationaalsocialisme en dat gaat mij zes stappen te ver.” Maar in zijn Schijn-élite vond Bosma Hitler helemaal niet extreem rechts! Hij was een socialist. Maar kamervoorzitter Bosma ziet dat ineens heel anders: de aanduiding extreem rechts is volgens de voorzitter “een nazivergelijking”. Paternotte (D66) wijst op het frequente gebruik van de aanduiding “extreem links” door de PVV-er Bosma. Net als Wilders wil ook Bosma niets terugnemen van eerder gedane uitlatingen. Ook blijft Kamervoorzitter Bosma bij zijn eigen tegendraadse opvatting van een nazivergelijking. Hij probeert met de suggestie dat het gaat om de gevoelswaarde (“connotatie”) alsnog zijn gelijk te halen. “Ik heb mijn punt willen maken en ik blijf erbij”. Want, zo vindt kamervoorzitter Bosma, “we moeten uitkijken voor een verruwing van het debat”. PVV-er Bosma moet dit politiek correct gezwets hebben gevonden20. Hoe gespleten kan iemand zijn?

Wat zou Bosma ervan vinden als we de PVV links geradicaliseerd extreem-neo-conservatief noemen? Maar het blijft wat het is.

  1. Het memorandum is de officiële tekst over wie we herdenken tijdens de Nationale Herdenking: 
    Tijdens de Nationale Herdenking herdenken wij allen – burgers en militairen – die in het Koninkrijk der Nederlanden of waar ook ter wereld zijn omgekomen of vermoord; zowel tijdens de Tweede Wereldoorlog en de koloniale oorlog in Indonesië, als in oorlogssituaties en bij vredesoperaties daarna. 
    ↩︎
  2. Overzicht van verkiezingsuitslagen Weinar 1919-1933. ↩︎
  3. The Economist’s Berlin correspondent reported that ‘for the first time for three or four years’, the German bourgeoisie could see ‘a glimmer of economic light’. This is a crucial point because it contradicts all subsequent portrayals of the German economy under National Socialism. The German economy in 1933 was not a lifeless wreck. It was beginning what might well have become a vigorous cyclical rebound. Certainly, on 1 January 1933 the New Year editorials of the Berlin press were optimistic. Vorwaerts, the social democratic daily, welcomed the New Year with the headline: ‘Hitler’s Rise and Fall’. Tooze, A., The wages of destruction, blz.31 ↩︎
  4. Ex-Chancellor Papen, embittered by his ousting in December 1932, conspired with the agrarian lobby and some of the most aggressive elements in the military to pressure the ailing Hindenburg into dismissing Schleicher and forming a new government founded on the popular platform of National Socialism. Tooze, A., The wages of destruction, blz.32 ↩︎
  5. De NSDAP was erin geslaagd de ‘overige’ kiezers (in 1930 nog 13,8%) in de kleine partijen voor zich te winnen. Bovendien was de opkomst met 88,7% in maart 1933 uitzonderlijk hoog. Bij de voorgaande verkiezingen had 80,6% van de kiezers zijn stem uitgebracht. Met uitzondering van de SPD, die 6% verloor, behielden veel partijen hun relatieve aandeel. ↩︎
  6. The originality of National Socialism was that, rather than meekly accepting a place for Germany within a global economic order dominated by the affluent English-speaking countries, Hitler sought to mobilize the pent-up frustrations of his population to mount an epic challenge to this order. Repeating what Europeans had done across the globe over the previous three centuries, Germany would carve out its own imperial hinterland; by one last great land grab in the East it would create the self-sufficient basis both for domestic affluence and the platform necessary to prevail in the coming superpower competition with the United States. Tooze, A. The wages of war, blz. XXIV ↩︎
  7. Een korte schets van belangrijkste gebeurtenissen voor het begin van de Tweede Wereldoorlog.
    In 1936 bezette Hitler het gedemilitariseerde Rijnland en tot zijn eigen verbazing kwam er geen militaire reactie van Engeland of Frankrijk. In 1938 werd Oostenrijk ingelijfd. Het verdrag van München leidde ertoe dat het Sudetenland met instemming van het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk werd afgestaan aan het Derde Rijk. Hitler annexeerde op 15 maart echter geheel Tsjecho-Slowakije. Op 1 september 1939 vallen de Wehrmacht en de SS Polen binnen (na heimelijk een niet aanvalsverdrag met Rusland te hebben gesloten, het Molotov-Ribbentroppact). Na een ultimatum verklaarden op 3 september Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk Duitsland de oorlog. Nederland trachtte neutraal te blijven maar werd op 10 mei 1940 bezet als onderdeel van de Blitzkrieg die Frankrijk op de knieën zou krijgen. ↩︎
  8. Het NIOD geeft een schatting. ↩︎
  9. Deze aanduiding leent Bosma van de PvdA-ideoloog Jacques de Kadt, De schijn-élite van de valse munters, blz 41 ↩︎
  10. “De belangrijkste grondgedachte daarbij is wel dat de mens van nature goed is. Ruimhartige verzorgingsstaatarrangementen, de open deur van de massa- immigratie, gelijkheidsidealen in het onderwijs, tolerantie jegens drugs en communisme: ze komen allemaal voort uit de wondere wereld van mei 1968”. De schijn-élite van de valse munters, blz 72 ↩︎
  11. Over NRC “Dezelfde krant plaatst sites van de Partij voor de Vrijheid op een lijst met extreem rechtse sites.21 De nazivergelijkingen bij die krant be- ginnen inmiddels te lijden aan een zekere inflatie.” De schijn-élite van de valse munters, blz 242 ↩︎
  12. Een voorbeeld: “De jaren zeventig laten zich lezen als een periode van extreem linkse machtsovernames. Eén voor één gaan ze voor de bijl: kranten, omroepen, universiteiten. De protestantse v.p.r.o. wordt de linkse vpro. De Volkskrant, tot 1965 ‘katholiek dagblad voor Nederland’, valt in de jaren zeventig ten prooi aan de radikalinski’s.” De schijn-élite van de valse munters, blz. 71 ↩︎
  13. De schijn-élite van de valse munters, blz 266 ↩︎
  14. De schijn-élite van de valse munters, blz 244.
    De “boomers” hebben volgens Bosma de Tweede Wereldoorlog voor hun eigen ideologische karretje hebben gespannen: “Echter, dit is een selectie uit wat er gebeurde tussen 1940 en 1945. Het zijn niet de echte lessen uit de oorlog; het waren de meningen van de culturele marxisten. Uit de gebeurtenissen tussen ’40 en ’45 shopten zij eenvoudigweg wat in hun ideologie paste.” De schijn-élite van de valse munters, blz 246 ↩︎
  15. “Hitlers socialisten zijn niet alleen links, maar ook groen.” Over de warme betrekkingen van Hitler met de islam. Hitler als voorloper van het multiculturalisme? Bosma bakt ze bruin!. De schijn-élite van de valse munters, blz 251. ↩︎
  16. Hier een voorbeeld van de woordacrobatiek waarvan Bosma’s bron Goldberg zich bedient: “The Nazis’ ultimate aim was to transcend both left and right, to advance a “Third Way” that broke with both categories. But in the real world the Nazis seized control of the country by dividing, conquering, and then replacing the left. [..] the Nazis campaigned as socialists. Yes, they were also nationalists, which in the context of the 1930s was considered a rightist position. [..] But even if Nazi nationalism was in some ill-defined but fundamental way right-wing, this only meant that Nazism was right-wing socialism.”, Goldberg. J., Liberal fascism, ↩︎
  17. Geciteerd naar Götz Aly, Hitlers Volksstaat, blz. 15 ↩︎
  18. Hitler’s dream was undoubtedly collectivist at its core. But he derided the ‘ideology of frugality’ and ’the cult of primitivism’ propagated by Bolsheviks. The German people deserved better. They needed to be raised to a higher level of life, more appropriate to the vision of the racial Volksgemeinschaft (racial community) as a community of superior racial worth. In the words of the German Labour Front, ’the political endgoal’ of National Socialism was to ensure that ’the Volk is to be given a style of life that corresponds to its abilities and the level of its culture. Tooze, A. The wages of war, blz. 135 ↩︎
  19. Götz Aly, Hitlers Volksstaat, blz. 20 ↩︎
  20. Omdat Bosma vindt dat alles gezegd moet kunnen worden diende hij in 2012 een voorstel in om een aantal bepalingen uit het Wetboek van Strafrecht te schrappen. “Daarom worden de groepsbelediging, het aanzetten tot discriminatie en het aanzetten tot haat als delicten geschrapt. Naar het oordeel van de initiatiefnemer vormen deze delicten, met name door hun vage en onbestemde karakter, een onevenredige inbreuk op de door artikel 10 EVRM beschermde vrijheid van meningsuiting.” Bron ↩︎